Verslikken
Mensen met de ziekte van Huntington hebben meer kans om zich te verslikken. Wanneer iemand zich verslikt, komt eten of drinken in de luchtpijp terecht in plaats van in de slokdarm. In de meeste gevallen zal iemand dan een hoestbui krijgen. Hoesten zorgt ervoor dat het voedsel of de vloeistof uit de luchtpijp gewerkt wordt. Als iemand benauwd krijgt, niet meer kan praten of hoesten, geen lucht meer kan krijgen en blauw wordt, moet je ingrijpen.
Probeer te achterhalen waar iemand zich in heeft verslikt. Het handelen verschilt namelijk als iemand zich in vast voedsel of in vloeistof heeft verslikt.
Belangrijk:
- Verslikken in dik vloeibaar en vast voedsel komt minder vaak voor, maar levert een groter gevaar op dan verslikken in dun vloeibaar voedsel.
- Probeer rustig te blijven en waarschuw bij een dreigende verstikking altijd een arts of bel 112.
- Laat iemand niet alleen
Hulp bij verslikken in vloeistof
Door hoesten kan verslikking over gaan. Vertel de patiënt zo rustig mogelijk in te ademen en krachtig te hoesten.
Belangrijk:
- Ga NIET tussen de schouders slaan als de patiënt zich verslikt in drinken. Het hoestritme wordt hierdoor onderbroken en dat is niet goed.
- Geef GEEN slokje water na het verslikken: dit maakt het alleen maar erger. De hoestprikkel kan dan weer uitgelokt worden.
Hulp bij verslikken in vast voedsel
Probeer eerst de voedselbrok die achter in de keel zit met de hand te verwijderen.
- Plaats twee gestrekte vingers van elke hand achter de kaakhoek, zo dicht mogelijk bij het oor, om de mond te openen.
- Druk met de duimen op de kin om de mond te openen. Haal een loszittend kunstgebit uit de mond.
- Druk met de duimen op de kin om de mond te openen.
- Probeer met 1 of 2 vingers het voorwerp met een ‘lepelende’ of ‘pakkende’ beweging eruit te halen.
Als de patiënt niet (effectief) hoest en bij bewustzijn is:
Geef 5 slagen op de rug tussen de schouderbladen:
- Ga schuin achter de patiënt staan
- Ondersteun de borstkas met één hand en laat de patiënt voorover buigen
- Geef met de hiel van de hand snel na elkaar 5 slagen tussen de schouderbladen
- Controleer of de slagen de luchtwegbelemmering hebben opgeheven
Hebben de slagen hun werk niet gedaan, voer dan 5 keer de greep van Heimlich uit:
- Ga achter de patiënt staan en sla de armen om het bovenste deel van de buik
- Laat de patiënt voorover leunen
- Maak een vuist en plaats deze op het bovenste deel van de buik (tussen de navel en onderste deel van het borstbeen)
- Pak de vuist met de andere hand en trek met de hand de vuist met een snelle krachtige beweging naar je toe en naar boven
- Herhaal dit 5 keer
Als de luchtwegbelemmering nog steeds bestaat: blijf de rugslagen en de buikstoten met elkaar afwisselen.
Als de patiënt het bewustzijn verliest: start reanimatie. Bij een bewusteloze cliënt kan leeghalen van de mondholte door de verslapping van de spieren soms ook nog helpen.
Wanneer de patiënt op de grond ligt en het lukt niet hem overeind te krijgen:
- Patiënt op zijn rug draaien
- Het hoofd opzij leggen
- Met twee vuisten krachtig onder de ribbenboog duwen, schuin omhoog
- Dit zo nodig herhalen