Nagels knippen
Met geknipte nagels ziet u er niet alleen verzorgd uit, het is ook hygiënisch en praktisch. Mensen met de ziekte van Huntington hebben soms problemen met nagels knippen, vooral de planning van het nagels knippen en de manier waarop dat gebeurt. Daarnaast kunnen zij weerstand ontwikkelen tegen het lichamelijk contact dat nodig is om nagels te knippen, of zij zien de noodzaak van het nagels knippen niet in. We geven graag enkele praktische tips en adviezen voor het knippen van de nagels.
Tips en adviezen om zelfstandig uw nagels te knippen:
- Maak gebruik van goed werkend materiaal.
- Zorg dat de spullen klaar liggen.
- Na het douchen of het wassen van de handen zijn de nagels makkelijker te knippen
- Kies een moment waarop u ontspannen bent. Gespannenheid leidt vaak tot meer onwillekeurige bewegingen.
- Neem de tijd. Knip zo nodig in fases.
- Bij onwillekeurige bewegingen kan het helpen om armen en handen te ondersteunen. Maak bijvoorbeeld gebruik van een tafel. Kijk naar welk materiaal voor u het prettigste werkt: een schaartje of een nagelknipper
- Met een nagelknipper knipt u eerst de twee hoekjes weg, dan het midden en als laatste de twee puntjes.
- Met een nagelschaar knipt u met de vorm van de nagel mee.
- Wilt u niet veilen? Haal scherpe randjes aan de nagels dan over een stuk spijkerstof.
- Vraag hulp aan anderen als u nagels knippen lastig vindt of als het niet lukt. Vertel degene die u helpt over uw wensen en gewoontes bij het knippen.
Voor zorgprofessionals:
Als u iemand met onwillekeurige bewegingen helpt bij het nagels knippen, zijn er enkele extra aandachtspunten:
- Let op uw eigen positie ten opzichte van de cliënt. Zo zorgt u dat u niet of zo min mogelijk geraakt wordt door onwillekeurige bewegingen.
- Zorg dat u goed en veilig de nagels kunt knippen. Doe dit zo nodig met meerdere personen. Ontspanning van de cliënt is belangrijk, omdat daarmee de bewegingen minder worden. Soms is de cliënt ontspannen, bijvoorbeeld door handverzorging. Kies dan dit moment uit om nagels te knippen Ook het tijdstip van de dag en medicatiegebruik kunnen van invloed zijn.
- Zodra de bewegingen toenemen, is het beter het knippen in te korten of op een later moment verder te gaan.
- Zijn de bewegingen nog hanteerbaar, laat de cliënt dan zelf meewerken door zijn hand neer te leggen of u een hand te geven.
- Het stil houden van een hand tijdens onwillekeurige bewegingen kan heel inspannend zijn voor de cliënt zelf en voor de zorgmedewerker. Beweeg met de cliënt mee en ga zo min mogelijk tegen de bewegingen in.
- Houd de cliënt tijdens het knippen stevig vast. Neem af en toe even pauze en laat uw greep dan wat verslappen.
- Als de hand/arm van een cliënt veel beweegt, ga dan naast de cliënt zitten. Klem de arm van de cliënt onder uw arm, ondersteun de hand zo dat de vingers in licht gebogen stand staan en knip met uw andere hand de nagels.
- Vergeet niet aan te geven wat u doet of gaat doen! Dit is voor beide partijen inspannend dus las, indien nodig, pauzes in. Benadruk kort en bondig wat er wel moet. Ga niet teveel in op wat niet moet.
- Als u twijfelt over onverwachte bewegingen of afwerend gedrag, haal er dan een collega bij. Diegene die knipt heeft de regie. Probeer bij afwerend gedrag na te gaan waardoor het komt (weerstand, geen zin, pijn, angst, etc.). Geef kort aan dat u begrijpt dat de cliënt het niet prettig vindt, maar dat u uw best doet om zo snel mogelijk te knippen en dat u rekening houdt met zijn of haar wensen.
Tips bij weerstand
Als de cliënt weerstand biedt, zijn het tijdstip en de voorbereiding van het nagels knippen extra belangrijk.
- Denk goed na wat u wel en niet vertelt, wanneer en waarom.
- Plan aansluitend iets prettigs. Bijvoorbeeld een kopje koffie drinken, nagels lakken, of iets anders dat zorgt dat het vervelende gevoel van weerstand afzakt of verdwijnt.
- Erken de frustratie en/of weerstand en deel de blijdschap dat het knippen voorbij is. Het is gelukt, tijd voor leukere dingen!